Interview Andries Knevel met Cees en Jesse van Nes: Afscheid en vooruitzien

Wanneer je decennia lang optrekt met Gods Woord, het bestudeert in binnen- en buitenland, je er je levenswerk van maakt het te kennen en te onderwijzen, dan mag je wel zeggen dat theologie je hart heeft.

Als een rode draad lopen theologie en bijbelonderwijs dan ook door het levensverhaal van Cees van Nes, oprichter en directeur van het Evangelisch College. Ruim 38 jaar heeft hij zich hiervoor ingezet. Zelf wil hij alleen maar wijzen naar zijn God en Heer die hem op ‘momenten in de tijd heeft gezet’, zoals Prediker 3 dat zo mooi zegt. Maar wat doet het met hem nu de tijd van loslaten en afscheid nemen is aangebroken? Hoe kijkt hij terug? Andries Knevel, tijdsgenoot en net zo’n liefhebber van theologie, schuift aan tafel aan in Zwijndrecht voor een gesprek met Cees en zijn zoon Jesse, die hem zal opvolgen.

Voor alles wat gebeurt is een uur, een tijd voor alles wat er is onder de hemel.

Waarom ben je theologie gaan studeren?
Cees: ‘Het was op een warme zondagmiddag. De dominee deed zijn best. De mensen waren moe en knikkebolden. Daar in de kerkbanken van de Gereformeerde kerk ontstond mijn roeping. Want als het evangelie van Christus zo’n mooie
boodschap is, hoe kan je dan bij een preek in slaap vallen? Dat moest anders kunnen’.

Dominee worden is er nooit van gekomen, theologie studeren wel.

‘Na mijn studies in binnen- en buitenland kwam ik terug in Nederland. Vind dan maar eens een baan. Dominee zijn in de gevestigde kerk werd lastig. Ik had tijdens mijn studie een andere doopvisie gekregen. Bij de baptisten kon ik niet terecht omdat ik – toen nog een probleem – niet deze achtergrond had. Ik ben daarom toen uitgekomen in het onderwijs. 22 jaar lang doceerde ik maatschappijleer en godsdienstonderwijs op een MBO in Vlaardingen.’

Je voelt je roeping als dominee, de weg wordt toegesloten, wat doet dat met je?
Cees: ‘Zo groot was de urgentie om dominee te worden niet. Ik wilde vooral met het evangelie bezig zijn. Hoe, was secundair. Ik ging met jonge gasten van 17, 18 jaar oud binnen het onderwijs aan de slag. Ga er maar aan staan. Ik vond het prachtig. We hebben zoveel mooie gesprekken gehad!’
‘Uiteindelijk heb ik mogen preken in verschillende kerkelijke denominaties, ben ik les gaan geven als Nieuw Testamenticus en heb ik mogen bouwen aan het opleidingsinstituut dat we nu kennen als het Evangelisch College.’

Lastig, om de deur nu achter je dicht te doen?
Cees: ‘Ja en nee. Met zijn drieën – Jan Kranendonk, Jesse van Nes en ik – hebben we de afgelopen jaren als team het geheel mogen aansturen. Ik ga nu weg, zij blijven. Ik heb daar alle vertrouwen in. De zaak gaat rustig door. Maar ik zal het ook zeker gaan missen’.

God heeft alles wat er is de goede plaats in de tijd gegeven en ook heeft Hij de mens inzicht in de tijd gegeven. Toch kan de mens het werk van God niet van het begin tot het eind doorgronden.

Na in 1968 een jaar klassieke talen, Grieks en Latijn, te hebben gestudeerd aan de VU moet Cees stoppen vanwege gezondheidsredenen. Hij pakt zijn studie weer op in Kampen waar hij na 1,5 jaar kiest voor het Bijbelinstituut België te Brussel dat als snel verhuist naar Leuven (tegenwoordig de ETF). Daar studeert Cees na drie jaar af.

‘Ik heb hier veel geleerd over de Bijbel, maar miste een laag. Ik besloot naar het buitenland\ te gaan om aan het London Bible College te studeren. Donald Guthrie doceerde daar als nieuwtestamenticus. Zijn werk (toen met name zijn New Testament Introduction) intrigeerde mij. Ik gebruik zijn nalatenschap nog steeds in mijn lessen. In Londen deed ik mijn bachelor. Vervolgens heb ik in Chicago mijn doctorandus titel behaald op Trinity Evangelical Divinity School.’

Jullie komen als organisatie vanuit de fundamentalistische, verzuilde, tegen-alles-in jaren 70. Nu is dat anders. Hoe maken je studenten op de opleidingen deze tijd mee? Herkennen zij dat verzuilde klimaat waarin jij studeerde nog?
‘Er waait een andere wind. Als christenen zijn we nu een minderheid. Dan worden de verschillen binnen kerken minder van belang. We moeten er met elkaar de schouders onder zetten. Waar we eerder keken naar de verschillen, hoeft dat steeds minder. Ik word daar blij van. We ontwikkelen. Theologie staat niet stil. Wanneer de maatschappij zich ontwikkelt, is de vraag hoe je daar vanuit christelijk perspectief mee om moet gaan. Vroeger protesteerden we als kerk eerder tegen veranderingen. Tegenwoordig leren we te kijken naar wat er gaande is en proberen we ons daar vervolgens op een goede manier toe te verhouden. En dat je als kerken verschillend kan denken? Dat kan. In de eerste eeuw na Christus waren de discipelen het ook niet over alles met elkaar eens. Kennelijk is dat niet het allerbelangrijkste.’

Welk voordeel heeft de mens van alles wat hij met zijn gezwoeg tot stand brengt?

Hoe is de school ontstaan?
‘Na onze terugkomst in Nederland werden we benaderd door John Bartelings. Hij wilde een evangelische school opstarten waar mensen naast hun gezin en werk in deeltijd theologie konden studeren. Zoiets was er toen nog niet in Nederland. We besloten het als een pilot neer te zetten om te zien of er daadwerkelijk behoefte aan was. Ik ging Nieuwe Testament doceren, mijn vrouw Henriëtte Oude Testament. En zo werd de opleiding uitgedacht. Gewoon aan de koffietafel vanuit ons huis, tussen de spelende kinderen in die we intussen hadden gekregen.’

‘De studenten die op de opleiding afkwamen, waren gemêleerd publiek. Een aantal kwam met een verlangen naar persoonlijke geloofsgroei, maar er waren er ook die de studie volgden vanuit een roeping of een beroepskeuze; zij waren werkzaam in de kerkelijke gemeente of wilden zich laten scholen tot voorganger. Zo samen met theologie bezig zijn, ongeacht kerkelijke achtergrond, kende Nederland toen eigenlijk nog niet. Voor mij was dat meer gewoon. Ik zag het tijdens mijn studies in het buitenland; verschillend georiënteerde mensen met een passie voor Jezus én academisch onderlegd. Die combinatie heb ik altijd voor ogen gehad. Onze docenten hadden (en hebben) kwaliteit. Ik had door mijn studies een netwerk opgebouwd en een aantal theologen in de familie die wilden doceren. Ook bekende theologen als Arie Zwiep, Patrick Nullens of Willem Ouweneel wilden bij ons lesgeven. Graag zelfs!’

‘De eerste studenten studeerden af. Wij konden niet leveren aan de gevestigde kerken met hun eigen opleidingen en nog niet alle evangelische kerken stonden er voor open. Theologie? Ingevingen van de Heilige Geest stonden centraal. Het was een proces. Maar langzaamaan begon er wat te schuiven. Er ontstond meer behoefte aan theologische reflectie en opgeleide voorgangers. Inmiddels werken we al jaren samen met onder andere de ETF, TU Kampen, de CHE en het Baptistenseminarium. Studenten stromen door. Vroeger was dat toch ondenkbaar. Onze studenten tonen aan voldoende kwaliteit in huis te hebben om daar verder te studeren. Een mooi netwerk én een vorm van waardering.’

Alles wat God doet, zo heb ik vastgesteld, doet Hij voor altijd. Daar is niets aan toe te voegen, daar is niets vanaf te doen.

Tal van organisaties zijn begonnen met één man. Een man met een visie. Cees, dat ben jij voor het Evangelisch College!
Cees nuanceert; ‘Het gaat niet om mij, het is Gods werk. Daarbij ben ik samen begonnen met John Bartelings en anderen. Hij ging emigreren naar Canada. Ook een andere collega die betrokken was, moest stoppen. En dus kwam onbedoeld de vraag bij mij te liggen of ik de school wilde voortzetten. Zo begon ik aan wat nu het Evangelisch College is. De studenten motiveerden me om daar ja tegen te zeggen. Doceren vind ik prachtig, maar dat bestuurlijk gedoe eromheen, dat was niet altijd eenvoudig. Toch ben ik eraan begonnen en heb ik het volgehouden. De Bijbel doorgeven. Daar ging het me om.’

Ik vind je hierin te bescheiden. Kenmerkt dat misschien ook jullie organisatie?
‘Een goede wijn behoeft geen krans. Tot iemand het mij kwalijk nam dat wij niet geadverteerd hadden. Dan had zij onze opleiding veel eerder kunnen doen. Dat bracht mij aan het denken. Maar marketing, het ligt mij totaal niet. Jesse heeft hier gelukkig meer mee.’

Jesse: ‘We ervaren het Evangelisch College als Gods werk en bescheidenheid is een deugd. Zo ben ik inderdaad ook opgevoed en zo ken ik m’n vader. Maar eens, we mogen best met wat meer vrijmoedigheid laten weten dat we er zijn. De manier waarop is een uitdaging. Nog te vaak horen we dat mensen ons niet kennen. Maar we zijn niet van de schreeuwende teksten en de makkelijke oneliners. Liever laten we onze studenten aan het woord om te delen welke impact een studie op hen heeft.’

Hoe is het voor jou om als ‘zoontje van’ je vaders werk te mogen voortzetten?
Jesse: ‘Ik vind het een bijzonder voorrecht om dit mooie werk, waar ik zelf ook al vele jaren aan verbonden ben, voort te mogen zetten. We leven in verwarrende tijden. De Bijbel blijft vaak dicht, afstand tot kerken neemt toe. Liefde voor God, de Bijbel en de waarde van theologisch onderwijs hoop ik te kunnen overdragen. En zoontje van? Bij de mensen met wie je werkt moet je jezelf zijn. Dat probeer ik al jaren te zijn en te doen. Binnen de organisatie ervaar ik het vertrouwen en de ruimte om op eigen wijze invulling te gaan geven aan deze functie.‘

God doet het zodat wij ontzag voor Hem hebben.

Hoe heb je het al die jaren volgehouden?
Cees: ‘In de 66 boeken die de Bijbel telt, lees je hoe God door de eeuwen heen bijzondere dingen heeft gedaan. Op een manier die wij wellicht niet zouden bedenken. Geweldig hoe Hij dat doet! Door het menselijk gebeuren heen, heeft Hij een heilsplan dat Hij aan het uitwerken is. Daar wil je toch aan bijdragen? Ik heb het altijd als een zegen gezien dit werk te mogen doen.’

Opvallend is dat het Evangelisch College werkt zonder overheidserkenning en dus zonder subsidie.
Cees: ‘Ik zat 22 jaar in het middelbaar beroepsonderwijs en heb daar meer dan eens gezien hoe het niet moet. Die continue verandering is funest. Dat doet wat met je onderwijs. Je ziet in het curriculum van onze opleidingen dat de Bijbel een centrale rol speelt. Daar kunnen we op deze wijze voor kiezen. Als wij vanuit overheidserkenning zouden werken, was dat beduidend minder geweest. Daarnaast geeft onze overheidsonafhankelijke positie ons veel flexibiliteit. We kunnen het onderwijs aanbieden op meerdere studieniveaus. Uniek. We zetten erop in dat je naast je werk in deeltijd op flexibele wijze een opleiding kunt volgen. In verbinding met het werk in het Koninkrijk. Je moet ermee aan de slag kunnen. Theologie vormt de basis en daar bovenop ontwikkelen we de vaardigheden passend bij de taak die daaruit voortvloeit.’

Jesse: ‘Wat dat betreft zijn we echt een missie-gedreven opleidingsinstituut. En ja, dat heeft ook nadelen. Omdat we geen subsidies ontvangen, kunnen we onze medewerkers en docenten helaas niet marktconform belonen en zijn onze budgetten beperkt.’

Wat er is, was er al lang, wat zal komen is er altijd al geweest.

Jesse, jij gaat het werk van je vader overnemen. Ervaar jij net als hij een roeping?
Jesse: ‘Als 16-jarige maakte ik een bewuste keuze in het geloof en begon ik het levenswerk van mijn ouders te waarderen. Dat werk dat thuis altijd al om me heen was. Na mijn middelbare school twijfelde ik. Ga ik theologie studeren of de ICT in? Ik nam een tussenjaar om afstand te nemen en na te denken. Tijdens dat jaar deed ik vrijwilligerswerk in een kindertehuis in Bolivia dat door zendelingen was opgezet. Dit maakte enorme indruk op mij en wakkerde een verlangen aan om ook mijn leven in Zijn dienst te stellen. Voor mij betekende dit een keuze om theologie te gaan studeren. Ik ben dit gaan doen aan de ETF in Leuven, waar ik ook mijn vrouw Erika leerde kennen. Samen dachten we erover na om de zending in te gaan. Maar door de tijd heen ervoeren we dat God ons voor Nederland riep. Het ‘bijbaantje’ dat ik al had bij het Evangelisch College werd na de afronding van mijn opleiding al snel een voltijdse baan, waarvan nu alweer ruim 10 jaar als adjunct-directeur.’

God haalt wat voorbij is altijd weer terug.

De toekomst. Waar Cees met pensioen gaat, kijkt Jesse vooruit. Hoe gaat hij leiding geven en zich verhouden tot de theologische thema’s die spelen in christelijk Nederland?
Jesse: ‘Als Evangelisch College willen we een kwalitatief hoogstaand opleidingsinstituut zijn dat in de breedte van de kerk bekend is en gewaardeerd wordt. We richten ons op het toerusten van christenen die verlangen naar geloofsverdieping en het opleiden van professionals in de kerk. Moeilijke vragen en lastige theologische dilemma’s gaan we hierbij niet uit de weg. We willen onze studenten leren zelfstandig verantwoorde theologische posities in te nemen. Dat kan wanneer je kennis hebt van Gods Woord en de achtergronden daarvan. Hierin schrijven wij niet voor, maar geven wel richting aan. Noem het belijnde openheid. In dat onderzoek ontdek je de waarde en rijkdom van theologie. Vragen zijn vaak al eeuwenoud en er is zoveel te leren en te ontdekken.
Uitdagingen zijn er ook: corona deed geen goed. We missen studenten, je ziet dat mensen druk zijn. Zijn ze nog bereid zich toe te leggen op meerdere jaren studie? De betrokkenheid in kerken is minder. Daarbij, hoe gaat de kerk er uitzien? Dat kantelende tij vraagt te monitoren. Een spanningsveld: wij willen kwaliteit leveren, maar ook meebewegen; wat past bij mensen? Hoe houden we theologie toegankelijk? Ik wil me ervoor inzetten om mensen ervan bewust te maken wat een geweldig voorrecht het is om tijd apart te zetten voor studie, om zo God beter te leren kennen. Dat lijkt me een prachtige taak voor de komende jaren die ik met liefde oppak.’

Dit artikel is verschenen in ons Magazine van juni 2022.

Video interview

Binnenkort verschijnt hier de video het hele interview. Bekijk alvast de sneakpeak: