Bijbel Open – Advent: vooruitkijken is gedenken

Als God betrokken is op onze wereld, waarom merken we daar dan soms zo weinig van? We zien wereldwijd mensen op de vlucht voor oorlog en armoede, volle vluchtelingenkampen, een tweede coronagolf met alle verdriet, eenzaamheid en financiële spanningen die daarbij komen kijken.

Waarom grijpt God niet in? Waaruit blijkt Gods ontferming met deze wereld? Logisch dat deze vragen bij je opkomen wanneer je nu.nl raadpleegt, de krant openslaat of naar het journaal kijkt. En als het niet je eigen vragen zijn, dan hoor je ze wel om je heen.

Anno 2020 zijn wij niet de eersten bij wie deze vragen leven. Petrus schrijft aan een groep christenen die met deze vragen geconfronteerd worden, net als wij. Daar wordt spottend geroepen (3:4, BGT): ‘Lang geleden is beloofd dat Christus terug zou komen. Maar hij is er nog steeds niet! Sinds het begin van de wereld is er nooit iets veranderd.’ Hoe reageert Petrus op deze vragen? Wat voor advies geeft hij als mensen God beschuldigen van onverschilligheid? Petrus helpt met twee invalshoeken: kijk terug en kijk vooruit!

Kijk terug!

Petrus brengt in herinnering hoe je Gods hand in de geschiedenis kunt zien. Hij wijst op twee concrete gebeurtenissen uit het verleden: de schepping en de zondvloed. Met deze twee verwijzingen samen maakt hij één punt: God is in staat en bereid om in te grijpen in de geschiedenis!

De eerste gebeurtenis is het ontstaan van hemel en aarde. Als God het niet gewild had, was er geen schepping. Psalm 33 verwoordt het krachtig: ‘Door het woord van de HEER is de hemel gemaakt, door de adem van zijn mond het leger der sterren. Hij verzamelt het zeewater en sluit het in, hij bergt de oceanen in schatkamers weg.’

De tweede gebeurtenis die Petrus noemt, is de zondvloed. Al het water dat God in Genesis 1-2 verzamelde en wegborg om leven mogelijk te maken voor mens, dier en plant, laat Hij weer over de aarde terugvloeien als Hij dat nodig vindt (Gen. 6). De spotters in Petrus’ tijd zien God als ‘een horlogemaker’. Dat beeld van God als horlogemaker houdt in dat God ná zijn schepping de wereld aan haar lot overlaat, net zoals een horloge door de maker wordt opgewonden en het dan verder zelf doet. Het idee is dat God zich niet meer met de wereld bemoeit. ‘Sinds het begin van de wereld is er nooit iets veranderd’ is immers het verwijt? Maar Petrus toont dus aan dat de geschiedenis iets anders laat zien. God weet wat er zich allemaal
op aarde afspeelt en het laat Hem beslist niet onverschillig. Integendeel, in de tijd van Noach was God diep gekwetst door alle slechtheid
van de mensen. Hij kon het niet langer aanzien en greep in. Daarbij zag Hij echter ook hoe Noach een voorbeeldig leven leidde in nauwe verbondenheid met Hem. Noach kreeg daarom van God aanwijzingen om -samen met zijn gezin en alle dieren- aan deze heftige ingreep van God
te ontkomen. Kortom, het is aantoonbaar in de geschiedenis dat God actief betrokken is bij zijn schepping.

Petrus geeft hier zoveel aandacht aan, omdat de gevolgen van een verkeerd Godsbeeld groot kunnen zijn. Het gevaar is dat je er maar op los leeft als je denkt dat jouw leven God onverschillig laat. Kortom, Petrus raadt aan terug te kijken in de geschiedenis. En wat zie je dan? God is betrokken
op ons leven en Hij reageert op hoe wij ons leven leiden.

Kijk vooruit!

In tegenstelling tot de kleine lettertjes bij een beleggingsverzekering geven in de Bijbel Gods daden uit het verleden wél zekerheid voor de toekomst. Nu Petrus heeft aangetoond dat God zich elke dag met zijn schepping bezighoudt, kunnen we zeker weten dat Hij dat zal blijven doen. We zien dat met de eerste komst van Jezus de Messias, een belofte waar de profeten al over spraken (1:19). Wat was dit een ingrijpend en liefdevol moment in Gods reddingsplan. En deze Christus beloofde dat Hij zal terugkomen om de schepping te louteren en te vernieuwen. We moeten niet gaan twijfelen of dat wel gaat gebeuren, schrijft Petrus. Natuurlijk, het duurt veel langer dan we verwacht hadden, maar daar gaat geen gebrek aan ontferming achter schuil. Petrus verwijst naar Ps.90: ‘U bent, o God, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Duizend jaar zijn in uw ogen als de dag van gisteren die voorbij is, niet meer dan een wake in de nacht. U vaagt ons weg als slaap in de morgen, als opschietend gras dat ontkiemt in de morgen en opschiet, en ’s avonds verwelkt en verdort.’

Deze psalm bezingt de contrasten tussen God en mens. Onze God is eeuwig en daarom betrouwbaar en stabiel, terwijl ons leven slechts 70-80 jaar duurt (Ps.90:10). Dit maakt je ervan bewust dat in Gods agenda de tijd heel anders is dan in onze agenda’s. Maar bovenal heeft God een belangrijke reden om Jezus’ terugkomst nog uit te stellen (3:9): ‘De Heer is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen; hij heeft alleen maar geduld met u, omdat hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat.’

Kortom, Petrus geeft alle reden om vol vertrouwen en verwachting te blijven uitkijken naar Gods ingrijpen in de wereld. En als Jezus’ beloofde terugkomst langer duurt dan je zou willen, wil dat dus helemaal niet zeggen dat God zich niet bekommert om de wereld. Integendeel, juist vanuit zijn liefdevolle betrokkenheid met de wereld heeft God nog geduld met haar. 

Blijf groeien!

Petrus drukt ons op het hart dat we, ondanks grote zorgen om onze medemens en onze wereld, onze standvastigheid niet moeten laten varen, maar blijven ‘groeien in de genade en kennis van onze Heer en redder Jezus Christus’ (3:18). Met deze kennis kun je groeien door Gods daden in de geschiedenis voor ogen te houden en daardoor je leven te laten bepalen. Advent en Kerst maken het advies van Petrus concreet: we kijken bewust terug op Jezus’ eerste komst door die te vieren en te gedenken. Zo helpt deze tijd ons om vol verwachting te groeien in vertrouwen op Gods  ontferming en betrokkenheid tot aan Jezus’ tweede komst.

Namens het Evangelisch College wens ik je een gezegende groeitijd toe!

Metta Wierenga, MA

Docent Nieuwe Testament