Op weg met de Koning 7: Jeruzalem

De veertigdagentijd is een tijd van vertraging en bezinning. Een tijd om ons opnieuw te richten op het lijden, sterven en opstaan van Jezus. In deze periode voor Goede Vrijdag en Pasen reizen we met Hem mee naar Jeruzalem. Op verschillende plaatsen openbaart Hij wie Hij is: de Koning, maar een andere Koning dan wij verwachten. Wat voor Koning is Hij? Hoe ziet zijn koninkrijk eruit? En hoe vormt zijn koningschap de mensen die met Hem meegaan? Vorige week kwam Jezus als een Koning Jeruzalem binnen. Deze week, in Jezus’ laatste ontmoeting met zijn discipelen, laat Hij hen het hart van zijn koningschap zien.

1Het was kort voor het pesachfeest. Jezus wist dat zijn tijd gekomen was en dat Hij uit de wereld terug zou keren naar de Vader. Hij had de mensen die Hem in de wereld toebehoorden lief, en zijn liefde voor hen zou tot het uiterste gaan. 2Jezus en zijn leerlingen hielden een maaltijd. De duivel had intussen Judas, de zoon van Simon Iskariot, ertoe aangezet om Jezus uit te leveren. 3Jezus, die wist dat de Vader Hem alle macht had gegeven en dat Hij van God was gekomen en weer naar God terug zou gaan, 4stond tijdens de maaltijd op. Hij legde zijn bovenkleed af, sloeg een linnen doek om 5en goot water in een waskom. Hij begon de voeten van zijn leerlingen te wassen, en droogde ze af met de doek die Hij omgeslagen had.
6Toen Hij bij Simon Petrus kwam, zei deze: ‘U wilt toch niet mijn voeten wassen, Heer?’ 7Jezus antwoordde: ‘Wat Ik doe, begrijp je nu nog niet, maar later zul je het wel begrijpen.’ 8‘O nee,’ zei Petrus, ‘míjn voeten zult U niet wassen, nooit!’ Jezus zei: ‘Als Ik ze niet mag wassen, kun je niet bij Mij horen.’ 9‘Dan niet alleen mijn voeten, Heer,’ antwoordde Simon Petrus, ‘maar ook mijn handen en mijn hoofd!’ 10Hierop zei Jezus: ‘Wie gebaad heeft hoeft alleen nog zijn voeten te wassen, hij is al helemaal rein. Jullie zijn dus rein – maar niet allemaal.’ 11Hij wist namelijk wie Hem zou uitleveren, daarom zei Hij dat ze niet allemaal rein waren.
12Toen Hij hun voeten gewassen had, deed Hij zijn bovenkleed aan en ging weer naar zijn plaats. ‘Begrijpen jullie wat Ik gedaan heb?’ vroeg Hij. 13‘Jullie zeggen altijd “meester” en “Heer” tegen Mij, en terecht, want dat ben Ik ook. 14Als Ik, jullie Heer en jullie meester, je voeten gewassen heb, moet je ook elkaars voeten wassen. 15Ik heb een voorbeeld gegeven; wat Ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen. 16Werkelijk, Ik verzeker jullie, een slaaf is niet meer dan zijn meester, en een afgezant niet meer dan wie hem zendt. 17Je zult gelukkig zijn als je dit niet alleen begrijpt, maar er ook naar handelt. 18Ik doel niet op jullie allemaal. Ik weet wie Ik heb uitgekozen, maar wat in de Schrift staat moet in vervulling gaan: “Hij die at van mijn brood heeft zich tegen Mij gekeerd.” 19Ik zeg het jullie nu al, voor het gaat gebeuren; wanneer het dan gebeurt, zullen jullie geloven dat Ik het ben. 20Werkelijk, Ik verzeker jullie, wie iemand ontvangt die door Mij gezonden is, ontvangt Mij, en wie Mij ontvangt, ontvangt Hem die Mij gezonden heeft.’
(Johannes 13:1-20, NBV21)

Een onfrisse taak

Jezus is met zijn discipelen in Jeruzalem. Hun lange reis zit erop, eindelijk kunnen ze tot rust komen. Onderweg hebben ze veel verschillende ontmoetingen gehad, waarin Jezus telkens heeft laten zien wat voor Koning Hij is en hoe zijn koninkrijk eruit ziet. Misschien zijn de discipelen nog altijd verbaasd over wat ze gezien en gehoord hebben; het koningschap van Jezus is zo anders dan zij verwachten. Maar voordat ze daar verder over kunnen nadenken, is het tijd voor het Pesachfeest.

Op het Pesachfeest herdenken de Israëlieten de uittocht uit Egypte. Dat is een van de belangrijkste momenten uit hun de geschiedenis. Pesach is een hoeksteen van de Joodse identiteit. Ze vieren het met hun familie, de belangrijkste mensen in hun leven. Jezus is met zijn discipelen onderweg naar een zaal om met hen het Pesachfeest te vieren. Wat betekent dat? Jezus vond zijn discipelen zo belangrijk dat Hij dit feest met hen wil vieren. En die discipelen hadden misschien wel grote verwachtingen voor dit specifieke jaar. Als God immers zijn volk had bevrijd van de Egyptische machtshebbers met Pesach, wat zou de Zoon van God dan nu gaan doen met de Romeinse overheersers tijdens dít Pesachfeest?

De wegen in Israël waren erg stoffig, dus Jezus en zijn discipelen hebben vieze voeten. Het is onfris om met zulke voeten in een huis rond te lopen en een maaltijd te houden. Daarom werden iemands voeten bij binnenkomst schoongemaakt. Dat was een vieze en vernederende taak. Om iemands voeten te wassen, moest je voor iemand knielen en de voeten van die persoon aanraken. Vrije mensen zouden dat nooit vrijwillig willen doen; ze lieten het liever over aan een slaaf. Maar in plaats van een slaaf, staat nu de Koning op. Hij doet zijn bovenkleed af, pakt een kom water, slaat een doek om en loopt naar een van zijn discipelen. De rest kijkt verbaasd toe: wat doet Jezus nu? Jezus knielt neer en wast de voeten van de discipel, om ze vervolgens af te drogen met de doek die Hij om heeft. En dan gaat Hij heen een voor een langs. Zijn leerlingen. Hij is als een Koning Jeruzalem binnen gegaan, maar nu wast Hij iemands voeten als een slaaf!

Op weg met de Koning 7: Jeruzalem Waterkom en doek

Een reinigend offer

De discipelen zwijgen terwijl ze Jezus hun voeten laten wassen, tot Jezus bij Petrus komt. Petrus protesteert. Jezus gaat tegen hem in en legt uit dat hij het later zal begrijpen, maar Petrus blijft tegenstribbelen: “Míjn voeten zult U niet wassen, nooit!” Nog altijd begrijpt Petrus niet dat dit de manier is waarop Jezus Koning is: Hij vernedert zichzelf om anderen te dienen. Hij reinigt hen van zonde en kwaad. Wie zich niet door Jezus laat schoonmaken, kan niet zijn koninkrijk binnengaan. Maar Petrus vindt het moeilijk dat Jezus hem moet wassen. Kan hij dat niet zelf doen?

Wie zich niet door Jezus laat schoonmaken, kan niet zijn koninkrijk binnengaan.

Misschien herkennen we ons in Petrus. Soms is het ongemakkelijk om naar Jezus te gaan en te erkennen dat je Hem nodig hebt. Maar wij kunnen niet oplossen wat er fout gaat in ons leven. Dat kan alleen Jezus. Daarom antwoordt Hij: “Als Ik ze niet mag wassen, kun je niet bij Mij horen.” Meteen verandert Petrus van gedachten: “Dan niet alleen mijn voeten, Heer, maar ook mijn handen en mijn hoofd!” Jezus tempert hem. Voor de maaltijd hebben ze zich al gewassen, alleen hun voeten zijn vies door de wandeling ernaar toe. Deze voetwassing van Jezus is een klein symbool van de grote reiniging, die door Jezus’ offer aan het kruis zal plaatsvinden.

De Koning knielt, voor zijn dienaren … en het kruis

Dit is de kern van Jezus’ koningschap: Hij laat Zich niet dienen, maar Hij vernedert Zichzelf om hen te dienen. Op het Pesachfeest, waar de Joden vieren wie ze zijn, laat Jezus zo zien wie Hij is. In Jeruzalem is Jezus niet een machtige Koning, maar een nederige Slaaf. Hij vraagt zijn discipelen om Hem daarin te volgen.

Deze voetwassing van Jezus is een klein symbool van de grote reiniging, die door Jezus’ offer aan het kruis zal plaatsvinden.

De reis van Jezus reis is in Jeruzalem nog niet ten einde. Om zijn koningschap te volbrengen en de overwinning te behalen, om zichzelf helemaal te vernederen voor andere mensen, moet Hij weer de stad uit, met een zwaar kruis op zijn rug. Buiten de stad moet Hij sterven, helemaal alleen, zelfs door God verlaten. Golgotha is het eindpunt. Of niet?

Golgotha is niet het eindpunt. Na drie dagen staat Jezus op uit de dood, verschijnt Hij in heerlijkheid aan zijn discipelen en gaat Hij terug naar de rechterhand van God. Maar nog steeds is zijn reis niet klaar. De discipelen vertellen steeds meer mensen over Hem, over wat Hij heeft gedaan, over hoe Hij mensen bevrijdt van dood en schuld. Die mensen vertellen het weer door aan andere mensen. Er komen steeds meer christenen bij. En voor al die christenen heeft Jezus dezelfde opdracht: “Wat Ik voor jullie heb gedaan, moeten jullie ook doen.” Zoals Jezus zichzelf heeft vernederd om anderen te dienen, moeten christenen ook zichzelf vernederen om anderen te dienen.

Het koninkrijk van God is niet voor wie de beste, de rijkste of de slimste is, maar voor wie zijn voeten eerst laat wassen door Jezus en vervolgens neerknielt om de voeten van een ander te wassen. Koning Jezus verandert mensen door hen te dienen, zodat zij weer anderen kunnen dienen. De reis van Jezus en zijn volgelingen gaat zo nog altijd door.

Uitgelichte berichten