Op weg met de Koning 2: de berg Hermon

De veertigdagentijd is een tijd van vertraging en bezinning. Een tijd om ons opnieuw te richten op het lijden, sterven en opstaan van Jezus. In deze periode voor Goede Vrijdag en Pasen reizen we met Hem mee naar Jeruzalem. Op verschillende plaatsen openbaart Hij wie Hij is: de Koning, maar een andere Koning dan wij verwachten. Wat voor Koning is Hij? Hoe ziet zijn koninkrijk eruit? En hoe vormt zijn koningschap de mensen die met Hem meegaan? Vorige week vertelde Jezus dat Hij Koning is, maar wel een Koning die moet lijden. Deze week belicht een ander aspect van Jezus’ koningschap: zijn heerlijkheid.

28Ongeveer acht dagen nadat Hij dit had gezegd ging Hij met Petrus, Johannes en Jakobus de berg op om te bidden. 29Terwijl Hij aan het bidden was, veranderde de aanblik van zijn gezicht en werd zijn kleding stralend wit. 30Opeens stonden er twee mannen met Hem te praten: het waren Mozes en Elia, 31die in hemelse luister verschenen waren. Ze spraken over zijn heengaan, de weg die Hij in Jeruzalem zou voltooien. 32Petrus en de beide anderen waren in een diepe slaap gevallen; toen ze ontwaakten, zagen ze de luister die Jezus omgaf en de twee mannen die bij Hem stonden. 
33Toen de mannen zich van Hem wilden verwijderen, zei Petrus tegen Jezus: ‘Meester, het is goed dat wij hier zijn, laten we drie tenten maken, een voor U, een voor Mozes en een voor Elia,’ maar hij wist niet wat hij zei. 34Terwijl hij nog aan het spreken was, kwam er een wolk aandrijven die hen overdekte; toen de wolk hen omhulde werden ze bang. 35Er klonk een stem uit de wolk, die zei: ‘Dit is mijn Zoon, mijn uitverkorene, luister naar Hem!’ 36Toen de stem verstomd was, was Jezus weer alleen. Ze zwegen over het voorval en vertelden in die tijd aan niemand wat ze hadden gezien. (Lukas 9:28-36)

Een bijzondere bergbeklimming

Een paar dagen na het bijzondere gesprek in Caesarea beklimt Jezus met drie van zijn discipelen, Petrus, Jakobus en Johannes, een berg. Dat zou misschien de berg Hermon kunnen zijn, in de buurt van Caesarea Filippi. Misschien waren de discipelen nog altijd in gedachten bezig met de aankondiging dat de Messias moest lijden en sterven. Ze geloofden dat Jezus de Messias was, maar konden er niet bij dat Hij, de Koning van Israël, gedood zou worden door zijn vijanden. Waar was zijn heerlijkheid en macht? Ondertussen klimmen ze verder de berg op, tot ze ver van de bewoonde wereld zijn. Daar begint Jezus te bidden. Maar de discipelen zijn moe door het klimmen en vallen ondertussen in slaap.

Terwijl de discipelen slapen, gebeurt er iets bijzonders met Jezus: zijn gezicht gaat stralen en zijn kleding wordt wit. Jezus’ goddelijke heerlijkheid wordt nu door zijn menselijke lichaam heen zichtbaar. Dit is een heel ander beeld van Jezus dan vorige week: geen lijdende Koning die een kruis moet dragen, maar een hemelse Koning met de heerlijkheid van God! Hoe passen deze twee beelden bij elkaar? Jezus is de Koning die de wereld bevrijdt van zonde, ziekte, de dood en alle slechte dingen. Om dat te doen, moet Hij eerst lijden en sterven, voordat zijn heerlijkheid openbaar wordt in de opstanding. Deze twee beelden van Jezus horen dus bij elkaar: zonder het kruis geen heerlijkheid.

Op weg met de Koning 2 - Hermon

Hermon, waar Jezus (wellicht) verheerlijkt werd.

Mozes en Elia

Jezus is niet de enige die hemelse heerlijkheid uitstraalt; Mozes en Elia verschijnen in heerlijkheid bij Hem. Zij praten met Jezus over zijn “exodus”, zijn uittocht. Daarmee bedoelen ze Jezus’ lijden, sterven, opstanding en hemelvaart. Het is geen toeval dat Jezus juist met hen praat. Ten eerste: Mozes heeft de exodus van Israël uit Egypte, uit de slavernij van de farao, geleid. Jezus is degene die de exodus van de wereld uit de slavernij van zonde en dood zal leiden. Ten tweede: Mozes is degene die Gods wet aan de mensen gaf en Elia is degene die de mensen aan Gods wet herinnerde. Doordat Hij met Mozes en Elia praat, laat Jezus zien dat de geschiedenis van Israël in Hem samenkomt. Jezus is dus het beslissende moment in de geschiedenis van Israël.

Voordat Jezus de eeuwige Koning met hemelse heerlijkheid is, moet Hij eerst lijden en sterven.

Ondertussen worden de discipelen wakker. Waarschijnlijk zijn ze verbaasd als ze Jezus’ hemelse heerlijkheid en Mozes en Elia zien. Mozes en Elia staan op het punt te verdwijnen, maar Petrus stelt snel voor om drie tenten te bouwen: één voor Jezus, één voor Mozes en één voor Elia. Petrus wil zo de hemelse heerlijkheid van Jezus laten voortduren, maar hij vergeet daarbij iets belangrijks: voordat Jezus de eeuwige Koning met hemelse heerlijkheid is, moet Hij eerst lijden en sterven. Petrus heeft dus nog steeds niet door dat het kruis en de heerlijkheid bij elkaar horen.

Naar Jeruzalem

Voordat Petrus nog meer kan zeggen, verschijnt er een grote wolk die de groep mensen op de berg omgeeft. Deze wolk staat symbool voor Gods tegenwoordigheid. De discipelen zijn al een poos bezig met de vraag wie Jezus is, maar nu antwoordt God zelf op de vraag: “Dit is mijn Zoon, mijn uitverkorene.” Jezus is dus de Zoon van God, die Gods plan om de wereld te bevrijden van zonde en dood gaat uitvoeren.
De discipelen krijgen ook een opdracht: “Luister naar Hem!” Als de Zoon van God oproept om jezelf te verloochenen, je kruis op te nemen en achter Hem aan te gaan, moeten zij dus gehoorzamen. Als de stem verdwijnt, verdwijnen ook de wolk en Jezus’ stralende gelaat. De discipelen hebben een vooruitblik gekregen op zijn heerlijkheid na de opstanding, maar voordat Jezus opstaat, moet Hij eerst naar Jeruzalem om te lijden en sterven.

Ook wij begrijpen soms niet wie Jezus is. Toch sprak God duidelijk op de berg: “Luister naar Hem!”

Als Jezus eenmaal Jeruzalem binnengaat, het Laatste Avondmaal viert en wordt verraden, neemt Hij opnieuw Petrus, Jakobus en Johannes mee, deze keer naar de Olijftuin. En opnieuw vallen de drie discipelen in slaap. Maar wat een verschil tussen de twee plaatsen! Waar op de berg van verheerlijking zijn gezicht straalt en de stem van zijn Vader klinkt, zweet Hij bloed in de Olijftuin en lijkt de hemel stil. In de Olijftuin is geen licht, maar angst, geen wolk van heerlijkheid, maar de schaduw van het kruis.

En toch horen deze twee plaatsen bij elkaar. De heerlijkheid van de berg wijst vooruit naar wat door het lijden heen zal komen. De discipelen begrepen het toen nog niet. Wij begrijpen het soms ook niet. Wij willen het liefst blijven waar het licht is en bouwen graag tenten op de bergtop. Maar de stem uit de wolk klinkt nog steeds: “Dit is mijn Zoon… luister naar Hem.”

Luisteren naar Hem betekent: Hem volgen. Niet alleen in momenten van vreugde en bevestiging, maar ook wanneer de weg naar het lijden in Jeruzalem leidt. Want bij Jezus geldt: het kruis is niet het einde van de weg, maar de doorgang naar de opstanding.

Volgende week reist Jezus verder met zijn discipelen en komt Hij aan in Kafarnaüm. Daar zal Hij meer vertellen over het rijk waar Hij Koning van is en wie in zijn rijk mag wonen.

Uitgelichte berichten