Marcus 3:7-35

NIEUWE TESTAMENT I Marcus (les 4/20)

Bijbellezen: Marcus 3:7-35

Jezus en de verschillende reacties op hem

Marcus behoudt zijn focus op de drie groepen die hij al eerder geïntroduceerd heeft:

  • de menigte (3:7-12)
  • de leerlingen (3:13-19)
  • de tegenstanders (3:20-35)

De menigte

Jezus trekt nog steeds vele mensen. Ze komen van dichtbij en ver weg: de streken die Marcus opsomt geven een geografisch gebied aan, waaruit het Israël van weleer bestond (zie Jes.43:5-6). Zij zoeken genezing, want Jezus’ kracht om te genezen is wijd en zijd bekend geraakt.
Onreine geesten herkennen Jezus meteen. Net als Marcus in 1:1 noemen zij Jezus ‘de zoon van God’. Jezus snoert hen de mond.

Messiasgeheim
Jezus doet in een groot gedeelte van het evangelie moeite om zijn identiteit te verbergen. Marcus vermeldt dit zo vaak, dat het een opvallend onderdeel van zijn beschrijving van het optreden van Jezus wordt: 1:34, 1:43-44, 3:12, 5:43, 7:36, 8:26 (de man mag niet terug naar het dorp om te voorkomen dat hij vertelt wat Jezus gedaan heeft; sommige handschriften vermelden bij deze tekst ook een spreekverbod, andere niet), 8:30 en 9:9.

Waarom deed Jezus moeite om zijn identiteit te verbergen?
Het verbergen van zijn daden lijkt toch eigenlijk in tegenspraak met zijn missie om het koninkrijk van God breed bekend te maken?
Een mogelijk antwoord zou kunnen zijn, dat het zwijggebod over de identiteit van Jezus tijdelijk was. We zien dat bijvoorbeeld in 9:9:

Toen ze de berg afdaalden, zei hij tegen hen dat ze aan niemand mochten vertellen wat ze hadden gezien voordat de Mensenzoon uit de dood zou zijn opgestaan.

Maar het is ook duidelijk dat het op de achtergrond raakt naarmate het lijden van Christus dichterbij komt. Het lijkt erop dat Jezus niet geïdentificeerd wil worden als Messias, tenzij zijn identiteit verbonden wordt met zijn lijden en sterven. En al helemaal niet door onreine geesten!
Hij doet er alles aan om te voorkomen dat mensen Hem alleen zullen zien als politiek bevrijder of maatschappelijk weldoener. Jezus komt niet om de verwachtingen van de mensen te vervullen, maar om hen te redden door zijn lijden en sterven.

De leerlingen

Jezus creëert een groep van 12 mannen, die hem zullen helpen met zijn verkondiging en de uitdrijving van demonen. Zij worden voorbereid om als apostelen het huidig leiderschap van Israël te vervangen. Het getal 12 is een getal vol symboliek, dat verwijst naar de 12 stammen van Israël.

Jezus en de 12 discipelen

De tegenstanders

Tegenstand krijgt Jezus van zowel zijn familie als van de geestelijke leiders van de Joden.

  • Jezus’ familie denkt dat hij zijn verstand heeft verloren (3:20-21). Hierop geeft Marcus een vervolg als Jezus in de laatste alinea in 3:31-35 aangeeft wie de werkelijke familie van Christus is.
  • De schriftgeleerden uit Jeruzalem, die speciaal naar Kafarnaüm zijn gekomen (3:22-35), stellen Jezus’ bediening in een kwaad daglicht. Jezus reageert heftig: hij vertelt hen dat hun kwaadsprekerij onvergeeflijk is. Zij belasteren die Geest, die in en door Jezus werkt.

Alle wandaden kunnen de mensen worden vergeven. Jezus maakt echter een uitzondering naar aanleiding van de beschuldiging van de schriftgeleerden in vers 22. Zij schrijven het werk van Jezus toe aan het werk van de duivel, en daarmee snijd je jezelf de weg tot vergeving af. ‘Wie de Geest lastert en Jezus niet erkent als de overwinnaar van de satan in Gods naam, blokkeert voor zichzelf de enige weg die onbeperkt tot het leven leidt.'1

Een appel op de lezer van het evangelie

Dit hele gedeelte lijkt de lezers vragen te stellen:

  • de dialoog tussen Jezus en de schriftgeleerden stelt de lezers voor de vraag: wie zijn nu de werkelijke geestelijke leiders van Israël?
  • de interactie tussen Jezus en zijn verwanten dringt de vraag op: ben ik Jezus’ broer, zus of moeder? Doe ik de wil van God? Aanvaard ik Jezus als gezonden door God, de redder van de wereld?

Gespreksvraag – reageer!

Hoe beantwoord jij de tweede vraag van de vragen die hierboven genoemd zijn?


Voetnoten
  1. Bron: Dr. Jakob van Bruggen, Marcus: het evangelie volgens Petrus.[]