Uitgangspunten

Kernwaarden

In dit studietraject gaan we uit van de volgende kernwaarden:

  • We willen ons laten ons leiden door Woord én Geest en hechten daarbij aan theologische doordenking. We willen alles wat we geloven, onderwijzen en doen ontlenen aan de Bijbel als het geschreven Woord van God, terwijl we ook leren door te luisteren naar de stem van God en de werkingen van zijn Geest. We hechten daarbij aan gedegen Bijbelstudie en theologische doordenking. In ons onderwijs verhouden we ons tot de bredere academische theologie.
  • We zijn gericht op theorie én praktijk. In ons onderwijs leggen we een stevige theologische basis en leren we studenten om zelf theologisch te reflecteren op bijbelgebruik (hermeneutiek), zienswijzen en geloofspraktijken. Het onderwijs is steeds gericht op de praktijk en wordt – waar mogelijk – gekoppeld aan praktische beoefening.
  • We zijn gericht op de plaatselijke gemeente. Elke plaatselijke kerk is een voorpost van Gods Koninkrijk: hier mag het Evangelie daadwerkelijk goed nieuws worden voor mensen. Ons onderwijs is daarom primair gericht op het toerusten van de plaatselijke gemeente om het Koninkrijk in de kracht van de Geest te verkondigen en te demonstreren.
  • We zijn gericht op het inschakelen van alle gelovigen. We geloven dat iedere gelovige geroepen is om ontvanger én doorgever te zijn van Gods genade, ieder naar de genadegaven die hem gegeven zijn. Gaven en bedieningen zijn niet voorbehouden aan bijzondere leiders met bijzondere zalvingen en dus is ons onderwijs gericht op het inschakelen van alle gelovigen in de gemeente.
  • We staan bewust in de spanning van de ‘tussentijd’. Het Koninkrijk van God is gekomen in Jezus, maar het laat óók nog op zich wachten. Als gemeente van Christus leven we in dit spanningsveld van de ‘tussentijd’ en in ons onderwijs willen we ook in dat spanningsveld blijven staan.

Theologie

De kern van de ‘Koninkrijkstheologie’, waar we in dit studietraject vanuit gaan, wordt in het Engels wel aangeduid met ‘enacted, inaugurated eschatology’. Deze drie begrippen leggen we hieronder kort uit om een indruk te geven van onze uitgangspunten.

Eschatologie is “de leer van de laatste dingen” ofwel: Gods toekomst voor zijn schepping. Door onze theologie als eschatologie te typeren, zeggen we twee dingen:

  1. Ten eerste dat het heil van Gods Koninkrijk niet alleen geestelijk is, maar over Gods hele schepping gaat: het gaat om de nieuwe áárde.
  2. Ten tweede dat dit heil principieel toekomstig is: pas bij Jezus’ wederkomst breekt het Koninkrijk in volheid aan. Tot die tijd leven we in de gebrokenheid van een schepping die zucht onder de gevolgen van de zonde en reikhalzend uitziet naar de jongste dag. Er is lijden en zinloosheid, er is onrecht en geweld, we worden ziek, takelen af en sterven (Romeinen 8). Als iets van Gods heelheid nú al doorbreekt, dan is dat toekomst die doorbreekt in onze tegenwoordige tijd (‘the presence of the future’ – de ‘tegenwoordigheid van de toekomst’).

Dit onderscheidt onze theologie van vergeestelijkte theologieën die zeggen dat de aarde er niet toe doet omdat onze eindbestemming in de hemel ligt. En het onderscheidt van theologieën die zeggen dat het Koninkrijk al volledig is aangebroken en alleen maar zijn beslag hoeft te krijgen op aarde: name it and claim it (Kingdom Now en Dominion theology).

Denk bij ‘inaugurated’ aan de inauguratie van een nieuwe koning: het ceremoniële maar ook daadwerkelijke begin van zijn regeerperiode. Het Koninkrijk van God vindt weliswaar pas zijn voleinding en volledige vervulling op de nieuwe aarde (die dan Gods woonplaats zal zijn: de hemel daalt neer op aarde, Openbaring 21), maar het is al wel daadwerkelijk begonnen (Lucas 4: 21; 10: 9). We leven in het spanningsveld van de “tussentijd” van het Koninkrijk: het is er “nog niet” maar ook “al wél”! We leven immers al in het “eschaton”, het laatste der dagen. We leven, zegt Paulus, “in de tegenwoordige boze tijd” waarin het kwaad onverminderd lijkt te woeden, maar proeven toch al “de krachten van de toekomende tijd” (Hebreeën 6: 5). We wéten dat de geschiedenis een beslissende wending heeft genomen en ervaren dat het krachtenveld voorgoed is veranderd: Jezus is Koning en zit aan de rechterhand van de Vader.

Dit onderscheidt onze theologie van theologieën die zeggen dat het Koninkrijk van God volledig toekomstig is en pas aanbreekt bij de wederkomst.

De betekenis van de term ‘enacted’ is tweeledig:

  • Denk aan een wet die is aangenomen door het parlement maar pas van kracht is als de koning zijn handtekening heeft gezet. Vanaf dát moment is de wet bekrachtigd en rechtsgeldig (enacted): het is een juridische realiteit die gevolgen heeft in de samenleving. Zo is het Koninkrijk van God daadwerkelijk van kracht door de kruisdood en de opstanding van Jezus, als een nieuwe realiteit die voelbaar gevolgen heeft.
  • Denk ook aan re-enactment plays, waarin mensen bijvoorbeeld historisch veldslagen naspelen. Bij het Koninkrijk gaat het niet om re-enactment (het verleden naspelen) maar om enactment: de nieuwe realiteit van Gods Koninkrijk uitleven. Als “ambassadeurs” wachten we niet lijdzaam de voleinding van het Koninkrijk af, maar we vertegenwoordigen en verkondigen het Koninkrijk in onze woorden en daden. We worden daartoe bekrachtigd door de Heilige Geest – met gaven, bedieningen en bijzondere krachten (1 Korintiërs 12: 1 – 11). Gód brengt het heil van zijn toekomst (heelheid voor de schepping), maar daar betrekt Hij ons actief in. Hij zendt ons uit in de wereld om in de kracht van de Geest “brengers van shalom” te zijn – brengers van gerechtigheid en vrede, van vergeving en verzoening, van genezing en herstel, van bevrijding van de machten van het kwaad. We brengen het licht van Gods toekomst waar de duisternis van het rijk van satan nog wil heersen.

Dit onderscheidt onze theologie van theologieën die het “reeds” en “nog niet” van Gods Koninkrijk weliswaar bevestigen, maar die bij het doorbreken van Gods Koninkrijk op aarde geen actieve rol zien weggelegd voor gelovigen, en die nauwelijks rekenen met wonderen, tekenen en krachten van de Geest